|
De Grauwe Gans (Anser anser) |
|
|
|
|
Ganzen soorten
|
 Grauwe Gans (Elwin van der Kolk) Uiterlijk De Grauwe Gans is een vrij forse gans. Meest opmerkelijke is de peenkleurige, vrij grote snavel. Wat verder opvalt is de ten opzichte van andere bruine ganzen lichtere kleur van het verenkleed. Deze kan afhankelijk van de lichtval zeer variabel zijn; soms lijken de vogels zeer donker, terwijl bij fel zonlicht de kleur bijna wit kan lijken. De snavel van de Grauwe Gans is groot. De vogels gebruiken deze om naast grassen ook worteldelen van planten te eten. Riet is favoriet stapelvoedsel tijdens voorjaar en zomer. Met behulp van de sterke snavel kunnen ze zelfs de harde delen van de wortels kapot krijgen.
Broedgebieden Het broedgebied strekt zich uit van het noorden van Noorwegen tot net ten zuiden van Nederland. De meest westelijke broedgebieden liggen in IJsland, terwijl naar het oosten toe tot in China en oost Rusland wordt gebroed. De vogels broeden in moerassen. Hier wordt vooral in rietvelden gebroed. Ook liggen veel nesten op eilanden in de moerassen. Er worden regelmatig nesten op vreemde plekken gevonden. Zo is de laatste jaren een aantal keren het nest van een roofvogel hoog in een boom gebruikt en in de Ooijpolder werd eens een nest op een piepschuimplaat aangetroffen. Het zal niemand verbazen dat dit nest mislukte. Bij het op- en afstappen van het nest wiebelde de plaat nogal met als vervelend gevolg dat de eieren er op een gegeven moment afrolden. In Nederland broedden in 2000 ongeveer 8.500 paar. Sindsdien is het aantal verder toegenomen en in 2005 werden er ongeveer 25.000 broedparen in ons land geteld. In broedgebieden waar al sinds de jaren tachtig Grauwe Ganzen broeden nemen de aantallen inmiddels af.
Trek Wat betreft de trek is de Grauwe Gans enigszins een buitenbeentje. Niet elk individu doet namelijk hetzelfde. Uit onderzoek met behulp van geringde ganzen is inmiddels veel duidelijk geworden over het verschil in trekgewoonten van Grauwe Ganzen uit verschillende landen. Zo blijken de vogels uit Scandinavië ’s winters voor een groot deel naar het zuiden van Spanje (Coto Donana) te trekken. Het gaat hierbij om afstanden die oplopen tot 4.500 kilometer. Nederlandse vogels daarentegen zijn veel minder reislustig. Er zijn echter ook binnen ons land verschillen. Broedvogels uit Friesland en delen van Noord-Holland lijken, evenals hun soortgenoten uit Scandinavië, naar Spanje te trekken. Aan de andere kant zijn hun landgenoten uit het zuiden heel wat minder vliegerig, zij overwinteren gewoon in de buurt van hun broedgebied en komen daar zelden verder dan 5 kilometer vandaan.  Grauwe Gans badend (Berend Voslamber) Aantallen In heel Nederland is het aantal Grauwe Ganzen recent flink toegenomen. Tot halverwege de jaren tachtig van de afgelopen eeuw werden er ’s winters maximaal 50.000 Grauwe Ganzen geteld. Tegenwoordig zijn dit er regelmatig meer dan 250.000. Voor een aanzienlijk deel gaat het hierbij om plaatselijke broedvogels met hun jongen. |